Deel 4, de plek van Nicole Buurman in Maastricht.
Nicole neemt mij mee naar de plek in Maastricht die voor haar veel betekenis heeft.
Wat is jouw plek in Maastricht? Je bent van harte welkom om mee te doen.
Stuur een mailtje naar image@hermenbuurman.nl en ik neem contact met je op.
Deel vier Nicole Buurman-Langeweg – Mien Plèk In Mestreech.
Zestien jaar geleden liet Nicole Buurman-Langeweg haar geboortegebied achter zich. De liefde bracht haar naar Gouda, waar ze samen met haar man een nieuw leven opbouwde. Toch, hoe ze ook probeerde te wortelen in het westen van het land, bleef haar hart zachtjes kloppen voor het zuiden. Het leek haast ironisch: sinds haar verhuizing bezoekt ze Maastricht vaker dan in de jaren dat ze er nog woonde.
Telkens als ze terugkeert, slaat er iets bijzonders om in haar. Het is alsof de stad haar zachtjes wakker schudt en fluistert: “ Vergeet neet boe ste vandan kumps!” De klinkers van het Vrijthof, de smalle straatjes langs de Maas, de vertrouwde klanken van het dialect, ze herinneren haar eraan dat er een onzichtbare draad bestaat tussen vroeger en nu. Een draad die haar niet loslaat, maar juist verbindt.
Langzaam maar zeker durft ze die trots te omarmen. Ja, ze ís een echte Maastrichtse, ook al woont ze inmiddels ergens anders. En iedere keer dat ze met haar man de stad bezoekt, leidt hun weg hen naar dezelfde plek: Slevrouwe.
Voor Nicole is dit geen simpel gebruik, maar een ritueel. Met stille pas stapt ze de kerk binnen, richt haar blik omhoog en schuift dichterbij. Onder Maria’s mantel kruipt ze weg, natuurlijk niet letterlijk, maar in gedachten. Daar vindt ze wat ze nodig heeft: steun om zware dagen door te komen, vertrouwen om door te gaan, en dankbaarheid om het goede in haar leven te erkennen. “Of ’t noe good of slech geit, iech blief Maria bezeuke,” zegt ze met overtuiging.
Die plek is méér dan een heiligdom. Het is een stille kamer waarin ze praat met haar vader, die er niet meer is. Waar ze fluisterend wensen en intenties de wereld instuurt, voor zichzelf, maar vooral voor anderen die een extra vleugje kracht kunnen gebruiken.
Op een zonnige middag, zittend op het terras van café Charlemagne, vertelt Nicole over haar band met Maastricht. Terwijl de stad rondom haar bruist, is het alsof haar woorden een brug slaan tussen het verleden en de toekomst. Gouda is nu haar thuis, maar Maastricht blijft haar ankerpunt en op deze plek wil ze terugkomen. Want, wie geboren is onder het baken van de Sint-Servaas en grootgebracht in de schaduw van Slevrouwe, draagt die roots voor altijd met zich mee én hoeft ze deze nooit meer te verbergen.
Slevruike
t is good bij Uuch te zitte,
Zoe gans kort bij Uuch in eur kapèl.
Es ’t ins neet geet, daan hoof iech niks te zègke,
Geer kint miech, geer begrèp ’t wel.
Laot us oonder eure mantel,
dao is geen kilte, dao is ’t werrem.
Veer wille altied bij Uuch huure,
Zoe wie ’t kindeke op eure èrrem.






