Deel 8, Juliette Frohn – Mien Plek In Mestreech
In de jaren twintig van de vorige eeuw ontstond de wijk Blauwdorp in Maastricht. Door de ligging en het gelijkmatige karakter kreeg deze wijk de uitstraling van een ‘dorp’, ten westen van het centrum van de stad. Hier stond de wieg van Juliette Frohn.
‘s Zomers ging haar vader met vijf kinderen vanaf Blauwdorp te voet naar de Sint Pietersberg. Juliette’s vader had dan een tas bij zich waar onder andere een deken in zat. Eenmaal op de plek aangekomen werd de deken uit de tas gehaald en haar pa hield dan met haar oudste zus de deken vast en om de beurt mocht er een kind in liggen. Haar pa en haar oudste zus zwaaiden vervolgens de deken heen en weer en zongen daarbij:
Sjoggele, sjoggele, menneke, Sjoggele, sjoggele, keend. Es ’t menneke neet sjoggelt, Kump ’t neet in d’n hiemel.
Sjoggele, sjoggele, menneke, Sjoggele, sjoggele, keend. Es ’t menneke neet sjoggelt, Kump ’t neet in d’n hiemel.
In Juliette’s herinnering kwam ieder kind één keer aan de beurt en daarna gingen ze met z’n allen weer lopend naar huis. Slavante heeft voor haar een nostalgische sfeer, warmte en schoonheid. Als kind vond ze deze plek overzichtelijk en dat gaf haar een veilig gevoel.
Jaren later kwam ze hier weer. Bij deze gelegenheid was het feest, haar peettante vierde haar 80ste verjaardag. Binnen bij Slavante klonk de muziek, drie kleinkinderen van haar peettante speelden op hun instrumenten. De muziek en de sfeer van het victoriaanse interieur namen haar in haar dromen mee naar de tijd van weleer.
Op een prachtige avond in de herfst van 2011 hield een collega van Juliette in Buitengoed Slavante zijn trouwfeest. Bij aankomst waren de trappen naar boven met waxinelichtjes versierd, wat Juliette en de andere gasten in feeërieke sferen bracht, een mooi begin van een heerlijke avond. Later op de avond werd ze gebeld door haar schoonzoon die haar vertelde dat ze voor het eerst oma was geworden van een kleinzoon. Haar geluk kon niet meer stuk.
“Iech bin noe 77, meh wenie iech 80 weur, geef iech hei ’t fies.”
— Juliette Frohn
Het is mei 2013 en het voorjaar is in volle gang, de natuur staat in het frisse groen en een zacht windje waait om het gebouw. Op deze prachtige dag is het feest op Slavante, de zoon van Juliette trouwt met zijn lief. Juliette kijkt op en zegt: „‘t Waor e dynamisch fies mèt al die lui binne en boete, es iech dao aon trökdink, loupe de sjevraoje euver miene rögk.” Voor haar een zeer memorabele dag.
In 2020, tijdens covid, werd haar schoondochter 40 en een groot feest was helaas niet mogelijk. Iedereen kreeg de opdracht om een filmpje te maken en zonder na te hoeven denken wist ze dat ze het op Slavante wilde opnemen; haar zoon en schoondochter waren hier immers getrouwd. Terwijl ze hier op het bordes haar verhaal aan het opnemen was, stond een meneer als toevallige toeschouwer te luisteren. Juliette zei tegen de man: “Löp geer mer door.” Maar de man wilde graag haar verhaal luisteren omdat hij het zo mooi vond.
Juliette vindt het een prachtige plek en als het even kan, neemt ze hier graag andere mensen mee naartoe. Hier kun je voelen en zien wat elk seizoen brengt. Onder het gebouw vind je de restanten van het gangenstelsel en is helaas niet meer toegankelijk voor het publiek. De ambiance, haar belevingen en de geschiedenis van dit stukje Maastricht geven haar een romantisch en nostalgisch gevoel.
Voor Juliette is Grand-Café Buitengoed Slavante het mooiste terras van Nederland. Er komt een glinstering in haar ogen en ze zegt: “Iech bin noe 77, meh wenie iech 80 weur, geef iech hei ’t fies.”






