Deel 6, Mien Plèk in Mestreech.
De wind waait door Maastricht; het is een koude, regenachtige zaterdagochtend. Met een capuchon op en een stevige tred komt er iemand mijn kant op. Het is stadsgids Gilbert Peters. Hij kent deze prachtige stad als zijn broekzak. We hebben afgesproken op zijn plek in Maastricht: de Heksenhoek.
De naam Heksenhoek heeft niets te maken met de heksenvervolging maar is afgeleid van de familienaam van Hendrik Hex die hier rond 1505 woonde. Het gebied rond de molen kreeg zo zijn aanduiding en werd in de volksmond verbasterd tot Heksenhoek. Gilbert neemt mij mee naar de trap van de oude stadsommuring. Na het maken van de foto, lopen we naar De Tribunal voor een kop koffie en zijn verhaal.
“Es iech hei bin, loupe m’ch de sjevraoje euver m’ne rögkestraank”
– Gilbert Peters
Dit plekje in het Jekerkwartier past hij vaak in zijn stadswandelingen in. Bij het zien van deze plek geven de meeste bezoekers die hij meeneemt een reactie. De huidige eigenaar van de molen heeft alles met respect voor de omgeving hersteld en een replica van het oude rad laten plaatsen. Wanneer je hier, aan de Jeker bij de molen, bent, voel je de nostalgie en sfeer. Neem bijvoorbeeld het voorjaar, wanneer de rozenstruik in volle bloei staat en het zonlicht met het gebouw speelt. De mensen vinden het prachtig.
Voor hem komen bij Molen De Reek veel dingen in de stad samen, zoals authenticiteit, sfeer, heden en verleden. Het is als het ware een tijdmachine. Aan de manier van vertellen door Gilbert kun je zijn bezieling en gedrevenheid zien. Hij neemt een slok van zijn koffie en zegt; “Es iech hei bin, loupe m’ch de sjevraoje euver m’ne rögkestraank”.






